Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Jezuïeten - Zending Vandaag / Van afleiding naar toewijding: een uitnodiging om de focus scherp te stellen

Van afleiding naar toewijding: een uitnodiging om de focus scherp te stellen

Redactie Cardoner on 18/06/2020 - 10:26 am in Jezuïeten - Zending Vandaag

door Adolfo Nicolás S.J.

 Op 20 mei 2020 overleed pater Adolfo Nicolás SJ. Hij was van 2008 tot 2016 algemeen overste van de jezuïetenorde. We gedenken hem met de publicatie van het ontwerp voor een brief aan de orde. Die brief is er uiteindelijk niet gekomen. De gedachten in deze brief zijn nog steeds actueel. 

Al enige tijd stellen wij religieuzen ons vragen over onze rol in de kerk en de kracht en aantrekkelijkheid van ons getuigenis. Je hebt geen buitengewoon inzicht of diepgaande analytische vaardigheden nodig om te beseffen dat wat we “religieus leven” noemen, iets van zijn impact heeft verloren, zowel binnen de kerk als daarbuiten. Dit is geen wereldwijd verschijnsel. Sommige religieuze groepen hebben hun geloofwaardigheid behouden en zelfs vergroot door de authenticiteit van hun leven, hun dienst aan de armen of de diepgang in hun gebed. Maar de vragen blijven. Waar ging het fout? Hebben we de roep om vernieuwing verkeerd begrepen? Hebben we ons doel uit het oog verloren?

De klassieken als modellen

Ik heb onlangs enkele klassieken van het religieuze leven herlezen: Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius, Johannes van het Kruis, Teresa van Avila. Ik vond dit een heel verfrissende ervaring. Het is als teruggaan naar de oorsprong, naar de eerste liefde, naar toen ik voor het eerst dacht dat er iets was dat de moeite waard was om mijn hele leven voor te geven. Ik bleef mezelf afvragen: wat was er in hen dat we nu blijkbaar verloren hebben? Ik denk dat het hun vermogen was om hun focus scherp te stellen. Ze waren geraakt door de Geest, het vuur, het leven en de houding van Christus, en ze bleven dat. Hun volledige aandacht was erop gericht, ze onderzochten de diepte ervan en bouwden hun hele leven rond dit nieuwe centrum. Ze zijn tot de bodem van deze ervaring gegaan en van hieruit hebben ze geleefd. Ze waren ervan vervuld en deelden het met anderen. Ze werden een lichtend voorbeeld voor generaties mensen die op zoek waren naar dezelfde diepten of die verrast werden door het bestaan ​​van zulke diepten. Deze “klassieke voorbeelden” (bij gebrek aan een betere term) waren volledig gefocust. In vergelijking tot deze heiligen lijken wij enorm en op een stompzinnige manier afgeleid – met excuses voor deze uitdrukking.

Hierover wil ik enkele gedachten delen. Merk op dat ik niet schrijf als een van die spirituele grootmeesters. Zij wisten waar ze het over hadden toen ze schreven over God en hun leven met hem. Ik weet wel het een en ander van afleidingen – ik ben er bijna expert in – en zal schrijven vanuit mijn ervaring.

Van afleidingen in het gebed naar afleidingen in het leven

Afleiding tijdens mijn gebed was een grote bekommernis in de eerste jaren van mijn religieus leven. Toen we in die afgezonderde, bijna verborgen, noviciaten van weleer enorm ons best deden om met iets te komen voor de wekelijkse biecht, was afleiding in het gebed onze redding. Het kostte me vele jaren van worstelen en falen om te beseffen dat mijn echte afleiding in mijn leven stak, niet in mijn gebed. Ik was op bijna elk gebied van mijn leven, werk of studie afgeleid. Geen wonder dat mijn gebed last had van dezelfde ellende. Hoe kon ik me tijdens mijn gebed concentreren, terwijl mijn geest en hart door zoveel dingen werden afgeleid?

Dit besef opende voor mij de deur naar bewustwording en naar een van de meest traditionele ignatiaanse manieren van bidden: het examen. Net zoals zoveel van mijn vrienden in het religieus leven, was ik geen slecht persoon. We waren fatsoenlijke kerels en deden ons best om wat van ons werd gevraagd goed te doen; of het nu gebed, lesgeven, voetballen of helpen met de liturgie van de Heilige Week betrof. We zongen zelfs goed. Maar we waren “afgeleid”. Dat zie ik, nu ik onze klassieken heb herlezen.

Overal redenen tot afleiding

Voor de duidelijkheid, ik wil niemand persoonlijk de schuld geven. Als we afgeleid werden, dan was dat omdat er overal mogelijke afleidingen waren. Ze kwamen gewoonlijk voort uit de nuchtere kijk, eigen aan elke samenleving. Meestal zijn deze afleidingen zo vanzelfsprekend dat je, als je er niet in meegaat, als vreemd, onbetrouwbaar en soms zelfs als afvallige van de groep wordt beschouwd. Ik zou hier alle componenten van sociale, etnische en culturele groeperingen willen bij betrekken. Het is helaas niet moeilijk om religieuzen te vinden die sterk betrokken zijn bij dergelijke groepen, die al het idealisme van hun jeugd op hen of op beperkte “doelen” hebben geprojecteerd. Zo worden ze uiteindelijk leidinggevende aanhangers van zeer beperkte sociale, etnische of culturele belangen. Dit is een krachtige  afleiding, die ik echter nooit in een van de klassieken tegenkwam.

Een andere vaak voorkomende verleiding is de emotionele identificatie met groepen die lijden aan een of ander complex. Ik denk aan groepen die in het verleden onder verdrukking of onrecht hebben geleden en dit voortaan gebruiken om in de eeuwigdurende slachtofferrol te kruipen. Soms kunnen groepen die in het verleden gemarginaliseerd werden dit gebruiken als hefboom om voor altijd in een bevoorrechte situatie te leven. Omdat religieuzen meestal een goed hart hebben, zijn ze erg vatbaar voor deze afleiding.

Met andere woorden, religieuzen die het evangelie van Jezus Christus willen vertegenwoordigen, hebben de neiging zwak te zijn tegenover ideologieën en ideologisch denken. We hebben het moeilijk met de dubbelzinnigheden en de grijze zones van de realiteit. Omdat we getraind zijn in totale toewijding, projecteren we gemakkelijk de hele waarheid op elk engagement waartoe we ons geroepen voelen en worden we blind voor de nuances, dubbelzinnigheden en zelfs tegenstrijdigheden van een zwart-wit wereldbeeld. Gedurende een groot aantal jaren waren we verdeeld in onze religieuze congregaties – ook in onze orde – tussen hen die in de sociale sector werkten en die in het onderwijs stonden; tussen degenen die de armen dienden en zij die de elite dienden. We rechtvaardigden of probeerden onze keuzes theologisch te rechtvaardigen, zonder te beseffen dat dit in werkelijkheid om een ideologische operatie ging. Dit bij wijze van voorbeeld. We begrepen niet altijd dat een voorkeursoptie voor de armen een optie was uit liefde, vanuit het hart, van binnenuit, zoals bij Jezus toen hij medelijden voelde met de arme menigte. Een optie voor de armen kan niet van anderen worden opgeëist omdat ze uit het hart moet komen. Zonder dit belangrijk inzicht vertaalden we “voorkeursoptie” als “morele verplichting” en voelden we ons gerechtvaardigd dit van iedereen te eisen en zij die hier niet op ingingen als minder christelijk, minder toegewijd en minder evangelisch te beschouwen. In het extreme geval konden we niet eens met hen omgaan als broeders en zusters; ze waren verraders van het evangelie.

Perfectionisme als narcistische afleiding

Men moet niet denken dat alle afleiding van buitenaf komt. Minstens een komt van de religieuze zoektocht naar goedheid, gehoorzaamheid aan God en spirituele groei. We noemden het perfectionisme en schilderden het met verschillende kleuren in verschillende tijdperken en contexten. Het betreft een oude afleiding, maar altijd was ze dodelijk voor religieus inzicht en leven. Paulus, met de vroege christenen, reageerde op zeer specifieke en zichtbare excessen van enkele zeer toegewijde groepen en noemde het “farizeïsme”. Maar ook in latere eeuwen kwamen we het tegen en gaven we er soms aan toe. En altijd wisten we dat het niet alleen een probleem was uit de tijd van de apostelen, maar een heuse verleiding, een echte afleiding voor iedereen, in alle tijden.

Moderne psychologie besteedt veel aandacht aan het zelf, het zelfbeeld, het uiterlijk of de perceptie door de menigte. Sommigen noemen het narcisme. Dit sluit zeker aan bij de afleiding waar we het hier over hebben. We worden paradoxaal genoeg afgeleid door onze eigen drang naar perfectie. Hier zijn de klassieken een grote hulp. Deze mannen en vrouwen volgden Christus onvoorwaardelijk in zijn kenosis, zijn zelf-ontlediging, en werden daarom niet afgeleid door iets van henzelf dat in de weg kon staan. Ze gebruikten zelfs taal, die in rationeel opzicht overdreven was, om aan te geven hoe totaal hun concentratie was: “Ik zou zelfs de vloek willen ondergaan om van Christus afgesneden te worden” …, “no me mueve, mi Dios, para quererte”  (“beweegt mij niet, mijn God, om U te beminnen”) …, “nada, nada, nada”  (“niets, niets, niets”) …, “de derde manier van nederigheid …”, “geloven dat wat ik als wit zie, zwart is” …, enzovoort.

De perfectionistische afleiding kan voor ons jezuïeten heel subtiel zijn. Ze is niet moeilijk op te merken (met meer of minder alarmsignalen!) in mezelf of in een ander. Maar ze is moeilijker te identificeren in de groep of in het instituut waarin we werken. Deze afleiding wordt verder bemoeilijkt door “de hulp” van concurrentie, de dwangmatige nood aan uiterst geavanceerde technologie, elektronische hebbedingetjes, nieuwe communicatiemogelijkheden, enzovoort. Een instituut kan geneigd zijn om perfectionisme tot de norm te maken voor meetbare vooruitgang en de garantie voor een toekomst in een wereld van moeilijke markten. Het is ook niet verbazingwekkend dat we, behalve tijdens de plechtigheden van de Heilige Week, nooit “de mislukkingen voor het Koninkrijk van God” vieren, door Christus te volgen. In plaats daarvan vieren we altijd en alleen successen. Worden we hierdoor niet blijvend afgeleid door verkeerde keuzes.

Het ego als afleiding nummer één

Natuurlijk is de grootste en meest prominente afleiding het ego. Ons ego rust nooit en zal altijd onze aandacht opeisen. Zonder de rol van “spirituele agenten” – goed of kwaad – te bagatelliseren, kunnen we gerust stellen dat het ego de grootste bron van afleiding is op ons levenspad.

Afleiding vindt plaats wanneer de focus van onze geest en van ons hart misplaatst zijn. Tegenstrijdigheden of moeilijkheden ervaren, soms zelfs zeer ernstige, maakt deel uit van het beleven en doorgeven van het evangelie. De werkelijk spirituele persoon beleeft deze ervaring met een enorme innerlijke vrijheid die hem of haar in innigere intimiteit met God brengt, met de waarheid en met de allerkleinsten die de echte experts zijn in lijden. Zij die minder spiritueel zijn, lijden onder moeilijkheden en zien een complot tegen hun ego. Ze voelen zich achtervolgd en zo verliezen ze hun innerlijke rust en vreugde. Je concentreren op je verkeerd begrepen of gewond ego resulteert in een gigantische afleiding.

Een soortgelijk proces vindt plaats wanneer onze focus bij besluitvorming niet ligt op de wil van God, die we nooit kunnen controleren of sturen, maar op de mening van anderen. Het kan dan gaan om een populaire opvatting of de mening van iemand op wie we gesteld zijn, van wie we houden of die we bewonderen. Ik noem dit de “populariteitsafleiding”. Dit gebeurt wanneer we de plaats en het proces van onze besluitvorming verschuiven van het langdurig en nooit controleerbaar proces van onderscheiding naar de gemakkelijkere dynamiek van groepsgevoel en actie, zelfs van heilige en eervolle mensen.

Het vindt ook plaats wanneer onze menselijke en spirituele blik nauwer worden. Vaak gebeurt dit wanneer we verliefd worden op onze eigen mening, wanneer we vinden dat die intelligent is en geen alternatieven duldt. We kunnen zodanig worden afgeleid door onze eigen opvattingen dat, wanneer we ze zouden opsommen, er geen eind aan zou komen. Wanneer Ignatius, retraitanten die de Geestelijke Oefeningen afronden, enkele regels aanbiedt om de juiste gevoelens en houdingen in de kerk te koesteren, probeert hij hen te helpen vrij te zijn van deze horizon vernauwende afleiding. De woorden klinken hard en zijn moeilijk te accepteren maar wat de heilige wilde, was vrijheid, openheid voor iets groters dan een paar ideeën, zelfs als ze toevallig de mijne waren.

Het belang van deze vrijheid wordt duidelijk als we in plaats van over persoonlijke meningen spreken over ideologieën en ideologische keuzes. Hoeveel persoonlijke of zelfs groepsbeslissingen, die worden omschreven als de uitkomst van individuele of gemeenschappelijke onderscheiding, zijn eigenlijk ideologische keuzes? Ze worden verhuld door de taal van onderscheiding, maar zijn het resultaat van een proces dat alleen qua vorm lijkt op echte onderscheiding. In dergelijke gevallen werkt zelfs theologie als een hulpmiddel voor ideologische belangen en wordt het een afleiding.

De afleiding door het ego is het sterkst wanneer de gemeenschap, of de spirituele relatie ermee, vervaagt of verdwijnt. Wij religieuzen hebben ons ertoe verbonden de wil van God samen te vinden, als één lichaam, als gemeenschap van geloof, zending en liefde. Hier vinden we de ware betekenis van gehoorzaamheid, deze vaak verkeerd begrepen gelofte. Het slechte nieuws is dat dit erg moeilijk is, vooral voor de meer visionaire, de meer intelligente, de meer toegewijde aan een of andere belangrijke zaak. Het is altijd veel gemakkelijker om zelfstandig te opereren, zich baserend op persoonlijke (meestal mentale of emotionele) inspiratie. Vreemd genoeg is het gemakkelijker om zichzelf als profeet te zien dan om met anderen te onderscheiden en nederig om te gaan met de zwakheden van ons denken of onze suggesties. We kunnen profeten worden buiten de gemeenschap, totdat de autoriteiten ons het zwijgen willen opleggen en dan rennen we naar de gemeenschap voor bescherming, waarbij we de gemeenschap of haar leiders soms nog steeds de schuld geven van gebrek aan begrip, moed, visie en ondersteuning. Er is geen kwade wil. Er zijn veel goede verlangens, veel visie, grote vastberadenheid om het verschil te maken… maar toch worden we afgeleid!

Afleiding door de media en de markt: gadgets, internet…

Deze afleidingen zijn de meest voorkomende en het gemakkelijkst op te sporen. We hebben er allemaal mee te maken en weinigen van ons kunnen zeggen dat ze er volledig of gedeeltelijk immuun voor zijn. Daarom zijn ze niet de gevaarlijkste. We hebben deze media en sommige gadgets zeker nodig. Daar gaat het niet om. Maar waarom hebben we het gevoel dat we op de een of andere manier inferieur zijn als we niet het nieuwste van het nieuwste hebben? Waarom vinden we het zo erg om anders te zijn? Waarom is het zo belangrijk dat we worden geaccepteerd, dat we deel uitmaken van het team?

Misschien blijven we afgeleid omdat we niet meer beslissen. We hebben de media toestemming gegeven om een ​​nieuwe orthodoxie te definiëren, een nieuwe canon van waarheid, die niet meer de waarheid is maar een doelbewust geconstrueerde, onkritische publieke opinie. De manier waarop de nieuwe informatiecultuur zich ontwikkelt, confronteert ons met fundamentele keuzes. Willen we informatie of begrip? Snelheid of diepgang? Focussen we ons op Christus of surfen we op het internet? Ik weet dat dit geen exclusieve keuzes zijn en niemand van ons droomt ervan om ze zo te maken. Maar wanneer we niet alert zijn, kunnen ze echte afleidingen worden.

Afleiding door oppervlakkigheid op religieus gebied:
voor of tegen bepaalde gebruiken, gewoonten, tradities, rituelen, devoties, theorieën.

Dit zijn afleidingen die vooral jezuïeten treffen, gezien onze langdurige intellectuele vorming. Ze beïnvloeden ons wanneer onze intellectuele groei niet eindigt in gebed, aanbidding of dienstwerk. Ze zijn bijzonder verontrustend omdat ze plaatsvinden binnen de kerk en binnen haar geloofsleven. We zijn geneigd te denken dat wat niet past bij onze theorieën geen betekenis heeft; dat als ik er geen zin aan kan geven, het onzin is. En voor onzin kunnen we maar weinig begrip opbrengen. Vervolgens nemen we de typische onvolwassen houding aan van alles of niets, waarbij we onszelf ervan overtuigen dat, als we het er niet mee eens zijn, het zinloos moet zijn. Ignatius ging hier tegenin met zijn Regels met het oog op de waarachtige gezindheid in de kerk. Hij was niet bezorgd over wat volgens hem zin had, maar wat voor de mensen, de eenvoudige mensen van zijn tijd, de eenvoudige gelovigen in de kerk zinvol was. We hebben de neiging om soms te pochen: “Ik prijs nooit wat mij niet bevalt.” Ignatius vraagt ons om alles wat mensen helpt in hun devoties, hun gebed, hun vertrouwdheid met God en zijn kerk te prijzen. Deze regels hebben een sterke pastorale kleur. Ignatius vraagt ons hierin niet afgeleid te worden door ons ego, onze ideeën, onze voorkeuren en antipathieën, onze meningen en theologieën, maar om rekening te houden met mensen die wandelen en leven in de aanwezigheid van God. Vergeet je ego en kom op voor het leven van deze mensen.

De grote jezuïeten – mannen uit één stuk: toegewijd, consistent, gefocust en niet in het minst afgeleid

Een nadere blik op de geschiedenis van onze orde kan ons helpen. We zijn allemaal, en terecht, trots op onze geschiedenis en op de grote mannen die er deel van uitmaken. Wanneer ik naar ze kijk, met onze afleiding in het achterhoofd, treft mij ​​hun totale toewijding aan hun roeping en hun zending. Het zijn mensen die alles hebben gegeven en gefocust bleven op het uiteindelijke doel van de gave van zichzelf: God en de dienst aan zijn koninkrijk. Het zou te ver gaan om van ieder van hen uit te werken hoe zij dit deden. Laten we enkele namen onthouden; vele andere kunnen worden toegevoegd:

De oprichters: Ignatius, Xaverius, Favre …
De scheppers: Anchieta, Vieira, Castiglione, Pozzo …
De pioniers: Ricci, De Nobili, Brebeuf, Teilhard, Arrupe …
De mystici: Ignatius, Xaverius, Colombière, Teilhard …

De herinnering aan deze mannen nodigt mij uit om de focus te zoeken – de focus in God, in onszelf en onze roeping, in de orde en de kerk. De roeping en de zending, die we van de Heer hebben ontvangen en die we van onze voorgangers hebben geërfd, laten geen verstrooide navolgers of dienaars toe. De Heer blijft broers en vrienden oproepen om zijn Zoon te volgen; mensen die bereid zijn alles te geven voor zijn droom, om de hele mensheid te redden. De taak blijft net zo immens en uitdagend als altijd. De respons moet ook totaal zijn, geconcentreerd, even gefocust als altijd of zelfs meer, omdat we beginnen te begrijpen dat Gods plan altijd een plan is geweest voor het universum en niet alleen voor de menselijke familie. De aanwezigheid van God in de hele schepping herdefinieert onze zending met de echo’s van Genesis en Paulus, hernieuwd in de recente oproepen van Paus Benedictus XVI. Opnieuw horen we Ignatius ons eraan herinneren dat degenen die zich willen onderscheiden in dienst van zo’n Heer hun hele leven zullen geven aan de taak…

Dit is het gebed dat deze brief begeleidt: dat we allemaal opnieuw ingaan op de onophoudelijke oproep van onze Heer Jezus voor het welzijn van de kerk, de mensheid en het universum.

 

bron: de curie van de Sociëteit van Jezus in Rome

vertaling: Rita Vandevyvere en Wiggert Molenaar S.J.

 Op 20 mei 2020 overleed in Tokyo pater Adolfo Nicolás SJ. Van 2008 tot 2016 was hij de 30e algemeen overste van de jezuïetenorde; daarvoor was hij onder andere provinciaal van Japan. Hij werd in 1936 geboren in Spanje.

Elders op de site vindt u Nederlandse versie van een gebed van pater Nicolas.
Dit gebed werd afgedrukt op zijn gedachtenisprentje.

Print Friendly, PDF & Email