Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Ignatiaanse spiritualiteit / Keuzes maken die bevrijden

Keuzes maken die bevrijden

Redactie Cardoner on 05/11/2011 - 12:05 pm in Ignatiaanse spiritualiteit

door  Jan Peters S.J.

Toespraak bij het 25-jarig bestaan van het Ignatiushuis, Amsterdam. 

 “Het leven is goed in het Brabantse land.” “As ge maor gelukkig zijt…” Kiezen voor goed leven en geluk liggen dicht bij elkaar. Maar beide vragen om nuancering. Geluk is iets anders dan oppervlakkig plezier hebben, feesten, genieten; iets anders ook dan ons moderne “happiness”, je goed voelen in je eigen vel, in je eigen wereldje, hoe klein of hoe groot je je dat ook voorstelt. Echt geluk heeft altijd een relationele component; gelukkig ben je samen, in een relatie met andere mensen, in een relatie met God.

Kiezen. Het gaat niet over de oneindig vele dagelijkse keuzes die we maken: wat zullen we eten, of waarmee zullen we ons kleden, om in Bijbelse termen te spreken. Bij het kiezen voor het goede leven gaat het om diep ingrijpende, bepalende keuzes in het leven van mensen of gemeenschappen van mensen.

Bewust kiezen staat in de belangstelling in onze tijd. Hoe gaan de leden van Provinciale Staten kiezen voor de Eerste Kamer? Uitgekiend en met het oog op de toekomst: hoe vormen we een meerderheid voor of tegen het huidige beleid? Toen wij zelf mochten kiezen voor de Provinciale Staten hadden we de keus uit verschillende kieswijzers, die ons hielpen om bewust de beste keus te maken. Hoewel: de beste keus? Doet een kieswijzer méér dan alleen maar expliciet maken wat we eigenlijk al vinden? Bevestigt hij niet de (voor-)oordelen waarmee we door het leven gaan?

Een keuze zoals Ignatius die voor ogen had werkt totaal anders. Zo’n keuzeproces probeert juist het risico van onze vooringenomenheid en van onze blindheid voor alternatieven weg te nemen, en wel doordat we serieus kijken naar de drijfveren achter onze al te spontane keuzes. Daarachter schuilt het besef dat de beste keuzes ons van buitenaf worden gegeven, en dat het goed is dat we ons laten raden door verstandige mensen om ons heen en ons laten inspireren door de Geest. Dat is wat Ignatius de “onderscheiding der geesten” noemt. Typerend voor de keuzes die zo uiteindelijk worden gemaakt is dat ze niet bevestigen wat voorop in de aandacht ligt, dat ze de mens niet blokkeren in zijn groei en in zijn levensinzet, maar dat ze openheid creëren en ruimte geven. Ook dat is wat de Bijbel “Geest” noemt.

Mijn conclusie zal zijn dat onderscheiding geen simpel proces is, geen invullen van een kieswijzer, geen voorgeprogrammeerd proces dat men doorloopt, en dat ze ook niet bipolair is: ja of nee, een eentje of een nulletje, zoals een computer oordeelt. Een tweede conclusie: een teken dat een keuze echt op goed leven is gericht is dat ze de mens openbreekt en hem daardoor ruimte geeft en vrijheid schept.

Bij wezenlijk keuzes in het leven kan men onderscheid maken tussen persoonlijke keuzes, keuzes van gemeenschappen van mensen en, als een speciale categorie daarbinnen, keuzes van religieuze gemeenschappen. Deze velden corresponderen met drie belangrijke kringen in mijn eigen leven en werken.

 Persoonlijke keuzes

Een belangrijke prikkel om keuzes te maken is het directe contact met het nieuwe, het vreemde, een voor mij nieuwe, vreemde cultuur, die mij prest om een standpunt in te nemen en voor mijzelf een keuze te maken. In het internationale jaarboek van de jezuïeten van 2011 staat een artikel over de jezuïeten in Libanon. De foto waarmee het artikel opent (blz. 135) toont op de voorgrond een jonge religieuze en een jonge moslima, beiden met een sluiertje. Daarachter staan priesters en imams met verschillende hoofdbedekkingen. De foto werd genomen tijdens een – zoals het bijschrift luidt – oecumenische gebedsdienst in het college van Jamhour bij Beiroet. Het artikel zelf gaat over het werk van Arabische en ook enkele Nederlandse jezuïeten in Libanon en de mensen met wie ze samenwerken. Zij zetten zich in “voor verzoening en dialoog tussen alle Libanese burgers (oecumene, interreligieuze dialoog, initiatieven voor de vrede) en voor het geloof dat Libanon drager is van een unieke ervaring van pluralisme, zoals Johannes Paulus II zei: ‘Libanon is meer dan een land, het is een boodschap’” (blz. 140).

In dit land heb ik mijn onderdompeling gehad in een vreemde cultuur, zoals meer medebroeders in de zestiger jaren van de vorige eeuw, en zoals vele andere in de periode daarvóór al in Indonesië. Eigenlijk dateert deze ervaring al van de tijd van Ignatius. Hij leefde in de tijd van de grote ontdekkingsreizen: de wereld brak open, jezuïeten trokken uit van Amerika tot China, met ook telkens weer die vraag: hoe verhoud ik me tot die nieuwe cultuur waarin ik wordt ondergedompeld? De geschiedenis geeft ons van dat laatste indrukwekkende voorbeelden.

Zo’n contact vraagt om een keuze. Primair is dan de vraag: ga ik me assimileren aan die nieuwe cultuur en in welke mate, of stel ik me op als buitenstaander, als blijvende vreemdeling? Ignatius zegt: laat je raden door iemand die jou en de omgeving kent. Voor mij was die raadsman de Franse jezuïet Louis Pouzet, directeur van de talenschool waar ik begon met mijn Arabisch. Zijn advies: “Er zijn al tweehonderd miljoen Arabieren, niemand hier zit te wachten op nog een erbij. Maar blijf ook geen buitenstaander. Blijf geworteld in je eigen cultuur, maar laat je diepgaand beïnvloeden door je contacten met de mensen hier.” In een actueel Nederlands jargon betekent dit: integratie, geen assimilatie.

Ik heb zijn raad gevolgd en deze keuze gemaakt. En het werkte bevrijdend. Het brak me los uit de kleine zekerheden waarmee ik in Nederland en Europa was opgegroeid. Maar bevrijding is geen romantisch begrip: het betekent ook het loslaten van je oude vertrouwde zekerheden, het opgeven van de veiligheid van het eenduidige bestaan.

Deze keuze voor integratie in de vreemde cultuur had naast de culturele ook een duidelijke politieke dimensie. In Nederland wisten we hoe de wereld in elkaar zat en wat de beste toekomst was. We stonden bekend om het opgeheven vingertje: Nederland waarschuwt de wereld voor de laatste maal! We leefden vanuit een onvoorwaardelijke steun aan Israël en hadden een absoluut geloof in onze westerse set van politieke waarden en normen. Dat alles kwam fors aan het wankelen en uiteindelijk leidde het tot een gevoel van een “dubbele loyaliteit”, aan Libanon en aan Nederland. Wat is er trouwens tegen een dubbele loyaliteit – ik heb dat steeds als positief ervaren – en als uiting daarvan ook een dubbele nationaliteit?

Naast de culturele en de politieke was er ook een religieuze dimensie. Ik moest wennen aan een andere, sterkere rol van godsdienst zowel in het persoonlijk leven als in maatschappij en politiek. Maar het ging dieper: ook mijn Godsbeeld en mensbeeld veranderden onder invloed van mijn contacten met mensen uit de oosterse kerken en met moslims. Ook hier geldt dat de keuze was: jezelf blijven, maar met een dubbele of meervoudige religieuze identiteit. Zoals een medebroeder die van huis uit tot een oosters-orthodoxe kerk behoorde, zei: “Ik ben orthodox en jezuïet.”

Deze bevrijding, met alle pijn en onzekerheid die ermee gepaard gaat, heeft een stevig Bijbels fundament. Tegelijk toont de Bijbel ook de valkuilen aan beide uitersten van het spectrum: het totaal opgeven van de oorspronkelijke identiteit en het blindelings aanhangen van het nieuwe enerzijds, het zoeken naar rotsvaste zekerheid en veiligheid binnen de eigen identiteit anderzijds.

Weggeroepen worden uit de oude zekerheden, uit de veiligheid van het bekende: we lezen het over Abraham, die de zekerheid van zijn leven in Mesopotamië opgeeft voor een onzekere toekomst in het voor hem onbekende Palestina. Later, bij de uittocht uit Egypte, laten de Israëlieten de vleespotten achter voor een onzeker, zwervend bestaan in de woestijn. En weer veel later worden de in Babylonië gesettelde Joden vijftig jaar na de verwoesting van Jeruzalem opgeroepen om een ongewisse toekomst tegemoet te gaan in een voor hen onbekend Palestina. In deze drie gevallen zien we een keuze voor “goed leven”, een keuze die telkens relationeel is en ingaat op een oproep van profeten en van God zelf. Het is een bevrijding die leidt tot verdere groei, en uiteindelijk ook tot geluk, maar nooit tot “happiness”.

In deze verhalen treffen we ook de valkuilen aan. Het risico van het blindelings overnemen van het nieuwe: het gouden kalf in de woestijn, het overnemen van de lokale cultuur en religie in Palestina na de ballingschap, en wellicht is ook Abrahams bereidheid zijn zoon te offeren een teken van assimilatie aan de plaatselijke religieuze gebruiken. Maar je leest er ook over het zoeken naar de oude rotsvaste zekerheden, neergelegd in stevige wetten, tijdens de tocht door de woestijn en later na de terugkeer in Palestina. Het meest sprekende voorbeeld vinden we in het boek van de Handelingen der apostelen. De joodse christenen kunnen hun  oude joodse zekerheden niet opgeven. Ze houden vast aan hun wetten: spijswetten, besnijdenis, en dergelijke, en alle bekeerlingen (de “Grieken”) moeten zich daar maar aan aanpassen. Maar dan grijpt Gods Geest in, daalt neer over deze “Grieken” om de oude zekerheden te ondergraven. Paulus zal deze bevrijding aangrijpen om het geloof in Jezus een nieuw elan te geven. Hij vermijdt de valkuilen van de assimilatie aan het nieuwe en van het formuleren van keiharde zekerheden. En tegelijk maakt hij duidelijk dat het geloof in Jezus geen “happiness”-geloof is. Want is happiness iets anders dan het gelukzalig verwijlen in overgeleverde of zelf geconstrueerde zekerheden?

 Gemeenschappelijke keuzes

Een groot gedeelte van mijn werkzaam leven heeft zich afgespeeld in de wereld van de (katholieke) universiteiten. Ook door gemeenschappen van mensen worden keuzes gemaakt. Ze worden genomen door de verantwoordelijken van de gemeenschap en hebben een bepalende invloed hebben op de gemeenschap als geheel.

Eind 2002 werd in Rome een congres gehouden onder de titel “Globalisering en katholiek hoger onderwijs”. Het was georganiseerd door de Internationale Federatie van Katholieke Universiteiten en de Vaticaanse Congregatie voor het Katholiek Onderwijs. In de voorafgaande periode was het meer en meer duidelijk geworden hoezeer de globalisering van invloed is op de academische wereld. Zoals ook geldt voor de economie, is de academische wereld te verdelen in enerzijds degenen die wereldwijd de standaarden bepalen en rijker en invloedrijker worden door de globalisering, en anderzijds degenen die daarvan het slachtoffer zijn, zich moeten schikken, weinig mogelijkheden hebben en hun beste mensen verliezen aan het rijke Noorden. Ook katholieke universiteiten maken deel uit van dit proces; of ze nu dader of slachtoffer zijn, ze kunnen zich er niet aan onttrekken. De vraag voor de Federatie was: welke keuzes moeten we juist als katholieke universiteiten in Noord en Zuid en gezamenlijk maken om onze idealen waar te maken?

Dit internationale congres, bijgewoond door vierhonderd leidende figuren uit de universiteiten, was lang voorbereid in een beperkte groep. Daar werd in een gezamenlijke onderscheiding het document voorbereid dat de basis vormde voor de discussies en de besluitvorming op het congres zelf. Een kenmerkende conclusie was dat elke universiteit het zou moeten aandurven de eigen zekerheden los te laten en zich serieus en concreet open te stellen voor universiteiten uit andere culturen. Dat betekent een doorgroei vanuit de eigen universitaire cultuur, maar met grote een openheid voor de invloeden die uit andere universitaire culturen worden toegelaten.

Universiteiten zijn grote organisaties en niet alle besluiten die aan de top worden genomen leiden tot veranderingen in de gemeenschap als geheel. Er valt ook nu, bijna tien jaar later, nog veel te doen, maar de eerste stappen zijn gezet.

 Keuzes van religieuze gemeenschappen in Nederland

Tot slot: Onze religieuze gemeenschappen in Nederland, hoe kiezen zij? Hoe kiezen onze ordes en congregaties voor goed leven, voor vitaliteit? Het palet van mogelijke keuzes is vaak heel beperkt, het aantal vitale leden klein en de middelen bescheiden. Loslaten moeten we allemaal, maar loslaten is niet per se bevrijdend. Bevrijdend is het wanneer dit loslaten openheid creëert voor iets nieuws. Openheid voor het vreemde en onbekende; openheid ook voor het internationale, het interculturele, het interreligieuze. Dan wordt gedwongen loslaten tot echte bevrijding.

Ik geef een paar voorbeelden:

– De dominicanen bevorderen in het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving het interreligieuze onderzoek en de bewustwording van het belang van een interculturele en interreligieuze samenleving bij de jonge generatie.

– De assumptionisten zien de studie van en de contacten met het oosterse christendom in Oost-Europa en in het Midden-Oosten als een belangrijke prioriteit.

– De karmelieten plaatsen de studie van de spiritualiteit, zoals die in Nijmegen aan het Titus Brandsma Instituut plaatsvindt, bewust in een internationale context, met onder meer Manilla en Zuid-Afrika, en faciliteren een internationaal netwerk op het gebied van de spiritualiteit.

– De Europese kruisheren hebben de zorg op zich genomen voor hun provincie in Congo en staan deze met raad en daad terzijde, zolang het nog gaat.

– En de jezuïeten? Het Ignatiushuis in Amsterdam viert zijn 25-jarig bestaan. Christelijke oecumene is een wezenlijk aspect binnen het team en in het werk. Bovendien is het ingebed in de stad Amsterdam, waar de culturele en religieuze verscheidenheid nauwelijks te omzeilen is.

Twintig jaar geleden, toen de Katholieke Theologische Universiteit Amsterdam haar poorten hier moest sluiten – zeer tegen haar zin – heb ik tot besluit van mijn afscheidsrede gezegd: “Amsterdam zal de katholieke theologie niet missen, maar de katholieke theologie zal Amsterdam wel missen.” Achteraf gezien was het een impliciete wens voor het Ignatiushuis.

  Op het symposium ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van het Amsterdamse Ignatiushuis  op 21 mei 2011 hield Henk Witte een lezing over “Keuzes maken die verbinden” (zie het vorige artikel in dit nummer van Cardoner). Op hetzelfde symposium sprak Jan Peters over “Keuzes maken die bevrijden”. Het onderwerp van dit symposium was immers “Kiezen voor het goede leven”. De Nederlandse jezuïet Jan Peters is islamoloog en bekleedt diverse bestuursfuncties.

 

 

Print Friendly, PDF & Email