Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Geestelijke Oefeningen - Begeleiden / Waarom charmeert Ignatius zoveel protestanten?

Waarom charmeert Ignatius zoveel protestanten?

Redactie Cardoner on 02/02/2012 - 9:34 pm in Geestelijke Oefeningen - Begeleiden

door Ursula Tissot, predikant en verantwoordelijk voor oecumenische retraites in de ignatiaanse traditie in het Centre de Sornetan (Bern).

Hoe kun je nu iemand vertrouwen die zegt, wanneer je iets wits ziet, te geloven dat het zwart is, wanneer de hiërarchische kerk dat zo besluit (GO 365)? Deze uitspraak, op zich en met al wat ze vooronderstelt, is al een onoverkomelijke hindernis voor de protestantse manier van denken. En zo zijn er nog meer – geestelijke begeleiding, bijvoorbeeld. Volgens de beschrijving in het gelijknamige handboekje veronderstellen de Geestelijke Oefeningen een begeleider die ze geeft en een retraitant die ze ontvangt. Van de begeleider wordt verwacht dat hij de kleinste details van wat de retraitant meemaakt, controleert. De retraitant moet de oefeningen nauwgezet doen en aan zijn begeleider rapporteren wat zijn geestestoestand en zijn moeilijkheden waren, wat gelukt is en wat niet. Op die manier wordt het voor de retraitant mogelijk om beter te zoeken en te vinden wat de wil van God is in de keuzes die het leven met zich meebrengt – dit alles met oog op het heil van zijn ziel (Annotatie 1). Het doel is zeker lovenswaardig, maar het instrument is geducht: manipulatie van en inbreuk op het geweten, uitgebreid bekritiseerd in de geschiedenis van de zeer machtige en invloedrijke jezuïetenorde, zijn altijd mogelijk.

Hoe komt het dan dat protestanten toch het risico nemen om retraites te doen volgens de Geestelijke Oefeningen van Sint-Ignatius? Je kunt je trouwens afvragen waarom protestanten überhaupt geestelijke oefeningen doen, in welke vorm dan ook. Het meest gehoorde bezwaar met betrekking tot oefeningen in het gebed is dat de Geest waait waar Hij wil en dat het doen van oefeningen een contradictio in terminis is: de Geest is ongrijpbaar en je kunt hem niet sturen. Trouwens, alles is genade en God geeft zich hoe en wanneer Hij wil en alle moeite om Hem te bereiken door eigen inspanning is vergeefs.

Aan deze belangrijke tegenwerpingen kun je nog andere toevoegen: bijvoorbeeld dat de Geestelijke Oefeningen niet passen in de moderne mentaliteit. De persoonlijkheid van Ignatius, die nog sterk onder invloed stond van de middeleeuwen en de hoofse cultuur, heeft inderdaad niet veel van doen met onze tegenwoordige manier van denken. Ze heeft ook niet veel van doen met die van de Bijbel, waaraan de protestantse kerken zo gehecht zijn. Maar hoe komt het dan dat Ignatius sommige protestanten zo fascineert?

 De plaats van de Schrift

Bij wijze van opmerking vooraf: jezuïeten zijn intelligente mannen, goed ontwikkeld en in staat zich aan te passen aan alle omstandigheden. Eigenlijk zijn het heel goede hermeneuten: zij zijn in staat gebleken om de Oefeningen te herlezen in de context van onze tijd. Ze spreken bijvoorbeeld niet meer van het sturen van iemands geweten (“direction de conscience”), maar van geestelijke begeleiding (“accompagnement spirituel”), en voor zover ik dat heb gezien is er bij de inleidingen die deel uitmaken van de Oefeningen een ruime marge van vrijheid. De regels, de aandachtspunten en de raadgevingen worden duidelijk, maar zonder dwang gegeven, altijd op de manier van: “Probeer het en kijk wat er gebeurt.” Het sturende aspect van de Oefeningen staat eerder op de achtergrond en toch heb ik niet het gevoel dat het gedachtegoed van Ignatius tekortgedaan wordt. Deze verandering van stijl wordt verwelkomd door protestanten, maar niet uitsluitend door hen, want zelfs katholieken zouden zich niet makkelijk houden aan de strenge aanpak van weleer.

Voor protestanten is het aantrekkelijkste aspect van de Oefeningen zonder twijfel de plaats die gegeven wordt aan de Schrift door de meditaties met teksten uit de evangelies, de lange tijd die daarvoor uitgetrokken wordt – een originele manier om het Woord te beluisteren. De Bijbel is onlosmakelijk verbonden met de protestantse manier van geloven. Tot relatief kort geleden las elke protestant hem elke dag in een “persoonlijke eredienst”; vader las hem bovendien met de hele familie aan het begin van de maaltijd; en niet te vergeten, door de preken stond de Bijbel in het centrum van de zondagse eredienst. Protestanten kenden de Bijbel dus heel goed.

Deze gewoonte om de Schrift zo regelmatig te lezen is echter bezig te verdwijnen. Bovendien wordt de Bijbel meer en meer louter een bron van kennis: protestanten lezen hem met grote inzet in Bijbelstudiegroepen, aan seminaries of aan de theologiefaculteit, maar de benadering is vaak zo verstandelijk dat de Bijbel niet meer voedt. Het gebeurt dat sommigen de smaak van het Woord weer te pakken krijgen bij Ignatius, dankzij zijn Geestelijke Oefeningen!

Natuurlijk komt iedereen aan zijn trekken volgens zijn persoonlijke smaak, maar wat de retraites in het algemeen aantrekkelijk maakt, is het samenspel van de volgende elementen: ten eerste de inhoud zelf van een ignatiaanse retraite, met haar langdurige meditatie van het Woord van God, de interne logica van de teksten, haar dynamiek en het aanleren van bepaalde grondregels die het geestelijke leven kunnen regelen; vervolgens het kader van een ignatiaanse retraite met de stilte, het aanleren van hoe te bidden en hoe daarover te reflecteren, de begeleiding tijdens de retraite.

 De inhoud van de retraite

Voor de lezers van dit tijdschrift is de inhoud van een retraite waarschijnlijk geen geheim, maar voor ons protestanten is alles, of bijna alles, nieuw: stil zijn met een tekst, vervolgens bidden met deze tekst als uitgangspunt, het herlezen van de uren van meditatie en de dagen doorgebracht met de Heer, al deze ervaringen delen met een begeleider, de regels van onderscheiding ontdekken…

 De langdurige meditatie van het Woord van God

Ik heb mijn eerste ignatiaanse retraite ongeveer twintig jaar geleden gedaan. Het betrof een dertigdaagse retraite gegeven binnen het kader van de charismatische vernieuwing. Ik was toen al vijftien jaar afgestudeerd in de theologie, ik ging door een periode van geestelijke dorheid en de bron was dichtgeslibd. Om eerlijk te zijn, toen ik voor deze retraite inschreef, wist ik niet goed waar ik aan begon. Ik werd echter niet teleurgesteld: zwijgen, luisteren, begrijpen wat God mij te vertellen had door zijn Woord – precies waar ik behoefte aan had. In mijn geestelijk leven is deze retraite een keerpunt geweest.

Al snel werd ik mij bewust van de kracht, of zelfs de doeltreffendheid van de pedagogie van Ignatius. Want hoe bewaar je de stilte gedurende langer dan een uur zonder af te dwalen, je te vervelen of je te laten verleiden tot een intellectuele exercitie? Met de aanwijzingen van Ignatius was het mogelijk en ik heb de ervaring gehad dat mijn hart steeds groter werd. Ik ben begonnen Christus te volgen, alsof ik mij onder zijn leerlingen bevond. Ik maakte deel uit van de menigte die Jezus omringde en ik heb soms gediscussieerd met de Farizeeën. Ik heb veel tijd genomen om Christus te beschouwen terwijl Hij aan het kruis hing. Ik herinner mij een nacht waarin het besef vergeven te zijn mijn lichaam helemaal ontspande: een aangrijpende ervaring! Het evangelie kreeg kleur, maar aan de andere kant spaarde het mij ook niet: ik werd soms flink door mekaar geschud. Sommige van mijn overtuigingen zijn verdwenen; zoveel te beter, want een authentiekere relatie met Christus kon ervoor in de plaats komen. Vaak brak het licht door tijdens de “tweegesprekken”, die gebedsmomenten die volgen op de contemplatie, die vaak begonnen met vragen als: “Heer, wat heb Je mij te zeggen? Tot welk inzicht moet ik komen? Wat wil Je dat ik doe?”

Tijdens de Oefeningen vraagt Ignatius ons dus een tekst te benaderen op een manier die ongewoon is voor een theologe: zien, horen, voelen wat er gebeurt; in zekere zin stap je de scène in, je neemt daar de tijd voor en vervolgens ondervraag je Jezus, ga je in dialoog met Hem. Om op deze manier met een tekst te bidden hoef je geen groot exegeet te zijn. Specialisten zullen misschien zeggen dat dit te simpel gesteld is. Ik geloof echter dat de paar aanwijzingen die gegeven worden voor de meditatie voldoende zijn om misverstanden te vermijden. Wanneer de retraitant, ondanks alles, zich te ver van de meest voor de hand liggende betekenis verwijdert, kan de begeleider in het gesprek dat altijd nog corrigeren.

Deze eenvoudige methode verplicht niet om grondiger exegetische kennis tijdelijk buiten werking te stellen – integendeel. Niets staat een enthousiaste exegeet in de weg om de tekst in zijn context te plaatsen, om rekening te houden met degenen voor wie de verschillende evangelieverhalen bestemd waren, of met de achterliggende gedachte van de Bijbelse auteurs toen zij een bepaalde passage redigeerden. Dergelijke vaak intellectuele kennis wordt meer gevoelsmatig wanneer je de tekst ook met je zintuigen overweegt. In plaats van de zaken van verre te bezien laat de retraitant zich raken, is hij actief betrokken bij een discussie of een wonder, opent hij zich met zijn hele persoonlijkheid voor wat Jezus onderwijst. Kennis wordt op die manier ervaring en ervaring wordt kennis.

 De interne logica van de teksten

De retraite volgt een traditioneel parcours. Het begint met het zich bewust worden en belijden van zijn schuld voor God; vervolgens wordt de retraitant uitgenodigd zich open te stellen voor Gods wil. Teksten uit de Bijbel en enkele andere teksten, die eigen zijn aan Ignatius, bakenen dit parcours af. Het doel van een retraite is duidelijk gedefinieerd, maar er zijn vele wegen waarlangs je dat kunt bereiken. Bij het voorstellen van teksten is er veel soepelheid; ze spreken onder invloed van de Heilige Geest verschillende personen immers op verschillende manieren aan.

 Het aanleren van bepaalde grondregels

De vrolijke spirituele vrijheid van de protestanten heeft ook haar keerzijde: een gemis aan structuur. Hoe pak je het bijvoorbeeld aan wanneer je moeite hebt met bidden? Hoe kom je tot een regelmaat in je geestelijke leven en dat van dag tot dag? De regels van de onderscheiding der geesten, de uitnodiging om regelmatig terug te komen op meditaties, de geestelijke begeleiding zijn een belangrijke ontdekking voor protestantse retraitanten, waar zij later ook nog gebruik van maken. Hoewel er ook in protestantse kerken gelovigen zijn die als spiritueel bekend staan – men spreekt zelfs van mystieken (vgl. Carl-A. Keller, Calvin mystique, Labor et Fides, 2001, blz. 471-472) – hebben wij niet echt gidsen die ons kunnen helpen onze spiritualiteit te beleven.

Vroeger werden we zo sterk ondersteund door ons geloof als protestant, waren we zo sterk verankerd in onze identiteit, dat wij ons staande hielden zelfs wanneer wij in een minderheidspositie waren. Tegenwoordig zijn de gemeenschapsbanden losgeraakt en is iedereen aan zichzelf overgeleverd. In deze nieuwe situatie ontbreken bakens om ons op te oriënteren en pedagogen die ons bijstaan, geruststellen en begeleiden. De onderscheiding der geesten is een onderdeel van het gedachtegoed van Ignatius dat protestanten erg interesseert. Laten we het maar toegeven: ook in dat opzicht zijn we onthand. We zijn geërgerd en wantrouwend wanneer een fundamentalist, een evangelische christen of iemand van de Pinkstergemeente ons ongenuanceerd zegt: “God heeft me gezegd…” Wij durven ons zelfs niet meer voor te stellen dat God ons werkelijk kan aanspreken door zijn Woord, en wanneer ons dat overkwam, zouden we er geen aandacht aan besteden uit angst ons te vergissen. Daarom kunnen de regels voor de onderscheiding, evenals de andere regels met betrekking tot het geestelijk leven, waardevol zijn voor ons, omdat zij een kader geven daar waar wij dachten dat alles vrij en spontaan moest zijn, juist omdat het de inspiratie door de Geest betrof.

 Het kader van de retraite

Een wezenlijk kenmerk van een ignatiaanse retraite is de stilte, maar sinds de kerken van de Reformatie de kloosters gesloten hebben, zijn wij haar kwijt. In onze tijd, waarin lawaai en stress stilte onmogelijk maken, is het niet verbazend dat veel mensen naar het Oosten gegaan zijn om haar te zoeken. Het is ook begrijpelijk dat de uitnodiging om een christelijke retraite in stilte te doen aantrekkelijk geworden is, ondanks de gevoelens van lichte angst die dat kan oproepen. Daarom lijkt het me dat het soms belangrijk is meer tijd te nemen om het belang van de stilte buiten de gebedsperioden uit te leggen; meer tijd ook om de retraitanten te helpen om aan het begin van de retraite gewoon stil te vallen. Maar zodra die aanvankelijke moeilijkheden van de baan zijn, beseffen de protestanten net als de anderen dat het voor een deel dankzij de stilte is dat een retraite vruchten afwerpt. Ze ontdekken ook dat de stilte een onvermoede manier van communiceren met de andere deelnemers mogelijk maakt. Wanneer je afstand hebt gedaan van het overbodige, blijft het essentiële over: een blik, een gebaar zijn dan vaak al voldoende.

Maar hoe leer je nu te bidden en te reflecteren op het gebed? Zij die voor het eerst een retraite doen, maken er zich vaak ongerust over hoe je een uur van stilte met een tekst doorkomt. Voor sommigen is dat inderdaad moeilijk. Ik begeleidde eens een doopsgezinde man, iemand die zeer actief was in zijn kerk en die zich er van bewust werd dat hij niet in staat was het stil te maken in zichzelf en te luisteren. Na drie dagen stond hij op het punt om te vertrekken, maar toen stopte de innerlijke onrust plotseling. “Voor de eerste keer in mijn leven heb ik eindelijk het woord gegeven aan God”, vertrouwde hij me toe.

De verschillende fases waaruit het uur van stil gebed bestaat, zijn een grote hulp voor de retraitanten om de stilte te hanteren: er is een begin; er is een middenstuk, dat weer uit verschillende onderdelen bestaat; en er is een einde, de samenspraak – die soms drie trappen kent; en wanneer het minder goed gegaan is, kan de reflectie helpen om het de volgende keer beter te doen. Een dergelijke structuur voorkomt dat je gedurende een uur alleen maar rondjes draait, voorkomt dat je geest alle kanten opgaat wanneer de tekst je niets zegt. Afhankelijk van de manier waarop je het aanpakt kan een uur van stilte en gebed een kwelling of een genot zijn. Of de Heer tot ons spreekt, hangt natuurlijk niet af van de nauwkeurigheid waarmee wij het stappenplan van een meditatie volgen. De Heer heeft dit niet nodig, wij daarentegen misschien wel!

Sommige protestantse retraitanten, hoewel ze enthousiast zijn over het idee te mediteren met het Woord, morren aanvankelijk een beetje wanneer hen gevraagd wordt de aanwijzingen te volgen die structuur geven aan hun gebedsperioden. Hetzelfde geldt trouwens voor het advies meerdere malen een reflectie te doen. Dit alles is zo nieuw! Behalve enkele rebellen van wie de weerstand niet te wijten is aan hun lidmaatschap van een kerk, erkennen de protestanten evenzeer als de anderen al snel het nut van deze principes. Ze volgen ze in het algemeen met profijt, en hebben uiteindelijk zelfs de indruk dat het uur van gebed voorbijgevlogen is.

Wat overblijft is de dagelijkse geestelijke begeleiding gedurende de retraite – nog een nieuw element voor ons. In de gereformeerde context was er de zielzorg. Traditioneel was het de dominee die de zorg voor de zielen van de gelovigen op zich nam. Vandaag is deze term in onbruik geraakt en spreekt men van het gesprek of de pastorale begeleiding. Deze vindt vooral plaats in de voorbereiding van doop, huwelijk, begrafenis of om mensen te begeleiden die in een rouwproces zitten, maar minder vaak in het geval van personen die in de problemen zitten en die behoefte hebben aan een luisterend oor. De leden van de gemeente hebben echter veelal de gewoonte verloren om de hulp te vragen van de dominee: de arts, de psychiater, de psycholoog hebben deze taak overgenomen, of een weinig aanbevelenswaardige goeroe.

Het is opmerkelijk dat van de kant van de protestanten het pastorale gesprek of de zielzorg als vorm van spirituele zorg bijna niet meer gedoceerd wordt in de theologiefaculteiten van Franstalig Zwitserland. Dominees die zich voor de pastorale dialoog interesseren volgen later een opleiding in die richting, veelal in het kader van clinical pastoral training. Velen hebben zelfs het pastoraat verlaten om als psychotherapeuten te beginnen. Het gevolg is dat wij te maken hebben met een belangrijk gemis: wij luisteren wel naar mensen, maar wij begeleiden hen niet meer met het Woord!

Protestanten weten dat zij een persoonlijke relatie hebben met hun Heer; zij hebben altijd geleerd dat zij daarvoor geen behoefte hebben aan hulp of een bemiddelaar. Bidden volstaat. De afwezigheid van een begeleider wordt zodoende niet gevoeld als een gemis. En toch… ik heb nog nooit een protestant gezien die de persoonlijke begeleiding tijdens een retraite afwees. Hoogstens heb je iemand die denkt dat één keer om de twee dagen voldoende is. Maar in het algemeen verandert hij op de derde dag van mening. Heel snel realiseert iedereen zich hoe goed de ontmoetingen met de begeleiders zijn, vooral in een setting van stilte. De heilzaamheid is zodanig dat veel protestanten als vanzelfsprekend zullen doorgaan met zich te laten begeleiden, of zelf een opleiding gaan volgen om op hun beurt te kunnen begeleiden.

Bij wijze van afsluiting neem ik het voorbeeld van de jonge dominees in opleiding in Franssprekend Zwitserland die, sinds drie jaar, een ignatiaanse retraite van acht dagen moeten doen als onderdeel van hun vorming. Zij hebben niet gekozen om stil te zijn, ook niet om te mediteren met de Schrift zonder aan exegese te doen en ook niet om zoveel te bidden. Wanneer ze echter de balans opmaken, zeggen ze allemaal dat ze tevreden zijn dat zij dit middel om zich spiritueel te voeden hebben leren kennen. Zelfs wanneer de stilte niet erg gerespecteerd wordt, staan zij erop dat dit experiment gehandhaafd blijft in het programma, want hoewel ze nog maar minder dan één jaar als dominee werken, ervaren ze de last van hun taak en hun toewijding al genoeg om zich te willen herbronnen. Een aantal onder hen denkt er trouwens aan om later nog eens aan dergelijke weken mee te doen.

Natuurlijk is de ignatiaanse retraite niet de enige weg en is zij niet geschikt voor iedereen, maar voor hen die haar geprobeerd hebben, opent zij rijke mogelijkheden. En wanneer zij plaatsvindt in een oecumenisch kader, creëert zij een diepe communio tussen deelnemers van zeer verschillende achtergrond, en dus tussen kerken. Is dat geen mooie toegift?

 

uit: Choisir, december 2001 ,  vertaling: Wiggert Molenaar S.J.

Print Friendly, PDF & Email