Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Geestelijke Oefeningen - Begeleiden / Oog in oog.  Van schuldgevoel naar zondebesef

Oog in oog.  Van schuldgevoel naar zondebesef

Redactie Cardoner on 03/06/2012 - 1:58 pm in Geestelijke Oefeningen - Begeleiden

door Tineke Renkema-Boersma – psychotherapeut en lid van de gemeenschap De Hooge Berkt in Bergeijk.

 Zondebesef is een toegangspoort tot de liefde. Kunnen aanvaarden dat je aanvaard bent is een heilig goed, maar allesbehalve vanzelfsprekend. Vandaar dat geestelijk begeleiders het mogelijke willen doen om de voorwaarden te scheppen waaronder dit zondebesef zich kan ontwikkelen. Het is daarbij belangrijk te kunnen onderscheiden tussen schuldgevoel en zondebesef. 

Een voorbeeld uit een retraite

Een gescheiden alleenstaande man komt voor een achtdaagse retraite. Hij leidt een druk bestaan als docent. Hij heeft het allesbehalve gemakkelijk als het gaat om nabijheid en intimiteit. Hij gaat dit uit de weg. Dit betreft zowel zijn Godsrelatie als zijn relatie met mensen.

In het verhaal van de vader en de twee zonen neemt hij de positie in van de jongste. Hij staat op de plaats van de grote honger en het tot-zichzelf-komen. Daar stokt het. Wanneer we daarbij blijven en het lang stil wordt, besluit hij te vertellen over het geheim dat hij bij zich draagt. Het is een groot waagstuk om over zijn ontrouw te praten. Hij voelt zich daar tot op de dag van vandaag uiterst schuldig over, ook al deelde hij dat eertijds wel met zijn toenmalige echtgenote. Dit schuldgevoel werkt dermate door dat hij geen intieme relaties durft aan te gaan, omdat hij zich dan genoodzaakt voelt zijn “onbetrouwbaarheid” aan het licht te brengen. Als docent met een opvoedkundige taak heeft hij het gevoel niet integer te zijn. Ze zouden eens moeten weten! Schaamte en schuldgevoelens zijn groot. Hij heeft zichzelf nooit kunnen vergeven en ook nooit kunnen beleven dat God hem vergeeft. Een streng geweten, een hoog ideaalbeeld en perfectionisme houden hem al jaren vast in zijn schuldgevoelens en schaamte.

Het is belangrijk hier zicht op te krijgen, maar geestelijke begeleiding is geen plaats om dit nader uit te zoeken. Waar het om gaat is of de beweging van dit schuld- en schaamtegevoel naar zondebesef kan worden gemaakt. In het proces van deze retraitant gebeurde dit toen hij zich begaf in het verhaal over de ontmoeting tussen Jezus en Tomas na de opstanding. Aangemoedigd, telkens weer, om contact te maken, om in gesprek te gaan, vroeg Jezus – in de verbeelding van de retraitant – hem naar zíjn wonden. In dit gesprek brak het open.

Wat wordt zichtbaar? De beweging van schuld- en schaamtegevoel naar zondebesef wordt gemaakt waar iemand ophoudt in zichzelf vergeving te zoeken en verbinding zoekt met die Ander, God, de Mensenzoon. De beweging van schuldgevoel naar zondebesef voltrekt zich waar iemand oog in oog komt te staan. Dit kan gebeuren wanneer men zich biddend in het Grote Verhaal begeeft en contact maakt.

 Onderscheid tussen schuldgevoel en zondebesef

1.Wanneer er sprake is van louter schuldgevoelens, blijft de mens op zichzelf gericht op tweeërlei manier: a. Hij schaamt zich, hij valt zichzelf tegen, is in zichzelf teleurgesteld, gekrenkt, omdat hij niet voldoet aan zijn ideaalbeeld. b. Hij voelt zich schuldig en minderwaardig, omdat het geweten spreekt en veroordeelt. In het zondebesef daarentegen trekt de mens zich niet terug in zichzelf, maar blijft de Ander/ander ten opzichte van wie je tekortschoot, aan wie je misdeed aanwezig.

2. Waar sprake is van louter schuldgevoelens wordt het fundamentele gevoel van “er te mogen zijn” aangetast. Een mens lijdt onder schaamte, schuld- en minderwaardigheidsgevoelens. Om aan dit lijden te ontkomen, zoekt hij te overleven door o.a. steeds weer aan verwachtingen (vaak vermeende) te willen voldoen, door het projecteren van schuld (zondebokmechanisme) of het ontkennen of bagatelliseren ervan. Zondebesef onderscheidt zich van schuldgevoelens doordat mensen juist komen tot een groeiende aanvaarding van hun schuld, het menselijk tekort, hun egocentriciteit, en dan meestal deemoedig worden. Hier is geen sprake van manieren van overleven (allerlei wegen zoeken om aan de pijn te ontkomen), maar van léven! Leven mét het tekort, de schuld.

3. In niet aflatende schuldgevoelens kan het van kwaad naar erger gaan, omdat de verbinding met de ander/Ander ontbreekt. Het niet aanvaarden aanvaard te zijn drijft iemand steeds verder weg. In het zondebesef kan het van kwaad naar beter gaan; van verdriet en spijt naar vreugde (wellicht pijnlijk). Dit is de werking van Gods genade, zijn barmhartigheid: Hij laat mij in leven!

4. In het zondebesef zie je dat het uit blijven staan naar de ander/Ander met zich meebrengt dat iemand de verantwoordelijkheid voor wat hij gedaan heeft op zich neemt. Hij zal, waar mogelijk, vergeving vragen en handelen door, indien mogelijk, de schade te herstellen. Wanneer er alleen maar schuldgevoel is, komt iemand daar juist niet toe, omdat hier sprake is van een in zichzelf keren, waarin de Ander/ander afwezig is.

De weg van schuldgevoel naar zondebesef:
regels voor de geestelijk begeleider

Voor Gods aangezicht

De begeleider moet er acht op geven dat het doorleven van het kwaad gebeurt voor Gods aangezicht, oog in oog met God of met de Mensenzoon. Waar dat niet gebeurt wordt het alsnog of opnieuw een zaak van het ego; het blijft op jezelf slaan en de genade krijgt geen kans.

Doorleven in plaats van bestrijden

Het is een werkelijke opgave voor geestelijke begeleiding ervoor te zorgen dat iemand het kwaad doorleeft in plaats van het te vuur en te zwaard te willen bestrijden. Het huis dat van onder tot boven wordt schoongemaakt wordt immers opnieuw bezet, erger dan het was (Mt 12,43-45).Wanneer het kwaad wordt bestreden in plaats van doorleefd (soms komt dat neer op allerlei goede voornemens) speelt het volmaaktheidsstreven een rol en vertrouwen we ons nog altijd niet toe met ons definitief tekort.

Niet uit zijn op schuld, beschuldigen, macht

Er mag geen belangstelling voor zonde op zich bestaan. Laat staan dat je met grote precisie uitmaakt welke gedachten, woorden en daden de relatie met God verstoren. Je helpt iemand om de waarheid over zichzelf onder ogen te zien voor zover je als begeleider naast en bij iemand op die plaats wilt gaan staan zonder zelf te veroordelen, te beschuldigen, bereid om bij iemand te blijven in dit gevecht. Als begeleider moet je niet zelf de spiegel van iemands te mooie, te grote zelf willen breken. Het is goed je als begeleider te realiseren hoe groot de schaamte soms is, ook al wordt deze niet expliciet onder woorden gebracht. Milde ogen zijn essentieel.

Benoemen: de plaats waar je staat

Het is van belang iemand erbij te helpen op de plaats van het kwaad te gaan staan zonder te vergroten noch te verkleinen. In het zondebesef wordt dus niet gevraagd het ik te vernietigen, maar het zijn centrale plaats te ontnemen. Het hoeft ook niet over een groot kwaad te gaan. In één druppel water zit de hele zee, in een op zich kleine gebeurtenis wordt onze egocentriciteit blootgelegd. Het is belangrijk het kwaad te benoemen. Hardop uitspreken, de sprong wagen. Daarbij kun je als begeleider behulpzaam zijn. Zolang iemand geen naam aan de schuld geeft, staat hij of zij niet helemaal op de plaats van de zonde.

Iemand niet van zijn schuld beroven

Om schuld en schaamtegevoel niet te vergroten moeten we niet beschuldigen, niet veroordelen, maar we moeten evenmin het kwaad willen verzachten of vergoelijken door iemand te verontschuldigen op grond van zijn verleden, de omstandigheden etc. Waar dat gebeurt kan iemand niet losgemaakt worden van zijn schuld. Het is belangrijk de schuld te laten staan. Ontken je deze of verzacht je ze, dan is dat wellicht troostend op dat moment, een tijdelijke verlichting, maar je neemt de ander iets wezenlijks af: aanvaard te zijn.

Wachten

Het is bijzonder waardevol wanneer de begeleider het aandurft de schuld te laten staan, samen met de begeleide te wachten tot God ook dáár, op die plaats van het kwaad is, en spreekt om hem of haar in leven te laten. In dit spreken van God kan de mens horen: “Je bent kostbaar in mijn ogen. Ik ken je toch.” Het is een grote genade wanneer een mens dát overkomt.

 Vasthouden van schuld: waarom toch?

De meesten van ons zullen het meegemaakt hebben: iemand die tegen beter weten in vasthoudt aan schuldgevoelens, in zichzelf ronddraaiend, het geweten als een dictator, het ideaal-ik met zijn onmogelijke eisen en opgeschroefde verwachtingen. De wet is er, de liefde niet. Het helpt doorgaans niet iemand gerust te stellen of vrij te spreken. Als begeleider voel je je vaak onmachtig in dit gevecht tegen de liefde. Je zult soms ook weerstand moeten bieden aan de ergernis, als iemand er zich met hand en tand tegen verzet om voor de genade in aanmerking te komen – ergernis die van doen heeft met ons al dan niet bewust aanvoelen dat er, tegen de schijn in, sprake is van juist een te groot ego: ik zondaar! Het is goed te beseffen dat aan dit alles een diepe angst ten grondslag ligt, de angst juist niet in leven te worden gelaten. Het fundament van het vertrouwen ontbreekt. Het enige is: blijven luisteren, erop gespitst zijn iets te ontdekken waar het uiterst kwetsbare vertrouwen van het kind nog leeft en dit vertrouwen voeden.

Blindheid ten aanzien van zonde en schuld

Diezelfde angst en diezelfde beschadiging van het vertrouwen die spelen bij het rigide vasthouden aan schuldgevoelens, zijn ook aan de orde bij het tegenovergestelde: het ontkennen, bagatelliseren, projecteren van schuld. Als de draagkracht van het vertrouwen gering is, kan het te moeilijk zijn, te angstig, te beschamend om de pijnlijke waarheid onder ogen te zien: “Adam, waar ben je? Ik ben naakt, dus heb ik mij verborgen” (Gn 3,9-10). Om te vervolgen: “De vrouw die U mij gegeven hebt, heeft mij van de vruchten gegeven” (3,12). Hier komt Adam het schaamte- en schuldgevoel niet voorbij. We weten ongetwijfeld uit eigen ervaring hoe moeilijk het is ons ik in de waagschaal te stellen.

Het sacrament van de biecht

Wil er een heilzame, helende werking van uitgaan, dan zal de biecht het eindpunt zijn van het doorleven van schuld en zonde, een verdichting, een beaming, een zegel op je voorhoofd. Een uitstijgen boven het persoonlijke, juist in al zijn eenvoud. Het is zo’n prachtige mogelijkheid en zo belangrijk die mogelijkheid te openen als de weg is gegaan.

Doorleven van schuld en zonde: een bijbels voorbeeld

Jakob is op de terugreis naar het land van zijn jeugd. Hij gaat terug naar een verleden waaraan hij liever niet terugdenkt, waarvoor hij is gevlucht, omdat hij aan zijn broer Esau het eerstgeboorterecht en de zegen van de oudste ontfutseld heeft. Jakob blijft nu alleen achter in de nacht, gekweld door onrust, angst, gewetenswroeging. Hij is rijk geworden, maar wat baat dat een mens als hij schade lijdt aan zijn ziel? Hij staat voor een grens, gesymboliseerd door de rivier de Jabbok. Zal hij oversteken? Zal hij zijn schuld, zijn zonde op zich nemen en de verantwoordelijkheid dragen voor wat hij misdeed? Hij is alleen met zichzelf in de nacht. Hij kan zichzelf, de waarheid over zichzelf, niet meer ontlopen.

Dan is er die man, die nachtgedaante: zijn geweten, die schuldeiser van de ziel, een engel, God?  Het is crisistijd, worsteling, gevecht in de nacht. En dan komt die indringende vraag: “Hoe heet je?” Met andere woorden: “Wie ben je nu echt?” En het antwoord dat bevrijding, verlossing zal brengen: “Ik ben Jakob” (Jakob betekent: bedrieger). Door zichzelf bij zijn naam te noemen ontkent hij niet langer zijn zonde. Hij benoemt de plaats waar hij staat. En doordat hij zijn naam noemt, krijgt hij een nieuwe naam: Israël. Zo wordt hij gezegend. Een andere zegen dan die hij zelf van zijn broer had afgetroggeld: dat was de zegen die hij zelf had genomen. Jakob noemt die plaats Peniël: “Ik heb oog in oog gestaan met God en ben toch in leven gebleven.” De macht van zijn ik is gebroken. Hij is overgestoken (Gn 32,23-33).

 Besluit

De weg van schuldgevoel naar zondebesef kan worden gegaan doordat iemand zich in het Grote Verhaal begeeft en daar oog in oog komt te staan. Alleen door het oog in oog staan kunnen we de ervaring opdoen in leven te worden gelaten. Begeleiden is steeds opnieuw oproepen, bemoedigen, opdat iemand zich in het verhaal begeeft en net zolang wacht totdat het verhaal over mislukken en schuld een ander, nieuw verhaal wordt – een verhaal over aanvaard zijn, een verhaal van: “Zo is mijn God, zo overkomt Hij mij, een bron die uitbreekt in de woestijn, ik adem op, de dood ontkomen.”

Lezing gehouden tijdens de studiedagen voor begeleiders van de Geestelijke Oefeningen van 27-28 november 2010 in de Oude Abdij van Drongen. Het thema van deze vormingsdagen was: zonde, schuld en vergeving. 

Print Friendly, PDF & Email