Cardoner, tijdschrift voor ignatiaanse spiritualiteit
/ Geestelijke Oefeningen - Begeleiden / Herinneringen van een spirituaal

Herinneringen van een spirituaal

Redactie Cardoner on 06/05/2011 - 1:53 pm in Geestelijke Oefeningen - Begeleiden

door Jan van de Poll S.J.

 Van 1998 tot 2006 was pater Van de Poll spirituaal aan het Ariënskonvikt, de priesteropleiding ten dienste van het aartsbisdom Utrecht en het bisdom Groningen-Leeuwarden. Hij blikt hier met dankbaarheid op die periode terug. In 2010 sloot het convict zijn deuren. Sindsdien volgen de meeste priesterkandidaten hun opleiding aan het seminarie van het bisdom Haarlem-Amsterdam, andere aan de theologische faculteit in Tilburg. Jan van de Poll is op dit ogenblik instructor van het Europese tertiaat in Dublin.

 De drie bomen

Ooit vatte een student van het Ariënskonvikt in Utrecht een korte inleiding van me samen op de website van het convict. Ik vond die samenvatting zo goed (eigenlijk veel beter dan wat ik voor mezelf genoteerd had) dat ik ze toen van de site plukte. Hier volgt de tekst.

 “In zijn woordje sprak onze spirituaal over drie beelden van priesters, drie bomen: een kastanje, een populier en een knotwilg.

De kastanje is groot en sterk, heeft een prominente plaats in het bos en lijkt de omgeving naar zich toe te trekken. Deze boom wordt geassocieerd met een leider en organisator. Weet deze persoon ook de boodschap van God door te geven? Soms gaat het goed, maar vaak ook heeft hij het erg druk met allerhande organisatorische zaken.

De populier is lang en rank. Een klein briesje doet de bladeren al hoorbaar ritselen. Een wat steviger wind brengt zelfs de stam in beweging. Deze boom wordt geassocieerd met een communicatief persoon, iemand die met elke wind mee kan waaien zonder zelf te breken. Weet ook deze persoon de boodschap van God door te geven? Soms gaat het goed, maar vaak ook heeft hij met al zijn retorische vaardigheid iets te weinig oor voor wat de ánder hem vertelt.

De laatste boom is de knotwilg. Klein, lelijk met die afgeknotte takken, je zou denken dat het misschien beter is hem om te hakken. Maar nee, zijn vorm noodzaakt de wilg met zijn wortels diep te grijpen. Een boer weet je te vertellen dat knotwilgen aan de rand van het weiland de ideale beschutting vormen op een erg hete zomerdag. Deze boom wordt geassocieerd met iemand die door het leven is gevormd, die zijn vreugde en leed in stilte met zich meedraagt. Misschien weet déze persoon wel het beste Gods boodschap te verbreiden…

Terwijl vermoedelijk menig student inmiddels bij zichzelf te rade was gegaan, volgde al vlug de nuancering: natuurlijk staan de bomen niet in een wedijver met elkaar. Waar de ‘kastanje’ en de ‘populier’ wat van de eenvoud van de ‘wilg’ mogen leren, daar zal ook de ‘wilg’ niet afwijzend staan tegenover enig leiderschap of een vleugje retoriek.

De bomen kunnen ook vergeleken worden met de taken die van oudsher aan een priester worden toebedeeld. Symbolisch spreekt men van het koningschap (de zware kastanje), het herderschap (de beweeglijke populier) en het profeetschap (de oude wilg).”

 De tekst is tien jaar oud. In mijn eigen aantekeningen stonden hier en daar wat andere dingen en werden wat andere accenten gelegd, maar ik was getroffen door de manier waarop de schrijver mijn beeldverhaal verder ontwikkeld had. Tijdens mijn verblijf in het Ariënskonvikt heb ik ongetwijfeld wel een paar keer van deze beelden gebruik gemaakt. Ik heb het altijd heel aangenaam gevonden als ik zo de diepste gedachten van anderen en van mezelf mocht verwoorden. Dat kon gebeuren in een sfeer van aandacht en hartelijkheid, van menselijkheid en realiteitszin. Dat kon gebeuren te midden van mannen die ik als heldhaftig ervaarde. Mannen met pit en creativiteit, of het nu de studenten, de staf of de bisschoppen waren. Ik dacht vaak: “Je moet er maar voor kiezen om in onze tijd er zo met heel je leven aan te gaan staan.” Soms waren er natuurlijk heel vervelende en pijnlijke gebeurtenissen. Soms ook echte fouten en misverstanden. Zelfs fouten en misverstanden die je niet meer kon goedmaken. Dat hoefde van mij ook niet altijd. Het belangrijkste was dat ik mensen daardoorheen zag groeien. Dan kregen ze iets meer van die knotwilg, die boom die iets betekent juist doordat hij ervanlangs krijgt, doordat hij soms mislukt of zelfs helemaal fout zit. En dan zag ik  die mensen in het convict groeien. Een enkele keer groeiden ze zo, dat ze eruit gingen. Maar niet zonder die diepere ervaring die ze hadden meegemaakt. Ik heb me soms over de een of ander verwonderd, als ik hem later terugzag. Die man is rijker geworden en hij heeft het zelf niet eens door!

De stilte

Veel van wat ik in Utrecht meemaakte mocht ik in stilte verdiepen, een stilte die ook door anderen werd ervaren. Laat ik wat die stilte betreft nog een andere tekst van dezelfde webstek nemen. Een tekst die een weergave is van een inleiding die ik kennelijk na een korte tijd van ziekte – het moet een stevige griep in 2005 geweest zijn – gegeven heb. Het was een bezinning over Sint-Jan van het Kruis. Dit is de tekst.

 “Onze spirituaal heeft na enkele weken afwezigheid wegens ziekte zijn terugkeer direct luister bijgezet met een korte verhandeling over de heilige Johannes van het Kruis, met een bijzondere nadruk op zijn stijl van meditatie.

Johannes van het Kruis (1542-1591) werd in 1567 tot priester gewijd. Hij was een begaafd mysticus, wat hem nogal eens problemen opleverde. Hij heeft zelfs enige tijd in de gevangenis moeten doorbrengen.

Een belangrijk element van Johannes’ meditaties is de stilte. De stilte komt veel mensen beangstigend voor, omdat ze bang zijn voor het niets. Ze zijn bang voor zichzelf, wat ze in die stilte zouden kunnen aantreffen. Liever overschreeuwen ze die innerlijke stem met geluid, muziek en bezigheden. Johannes beoogt niet een doodse stilte in angst, maar een levende stilte, die een mens draagt. Een stilte die tegelijkertijd een appel op iemand doet: in de stilte kan men zijn eigen tekortkomingen tegenkomen en door deze ontmoeting gelouterd worden.

Als men zichzelf niet ontmoet, kan men ook nooit zichzelf worden. Wie de ontmoeting met de stilte durft aan te gaan kan er een rijper, een wijzer man van worden. Dat betekent niet dat de mens zich door middel van meditatietrucjes omhoog kan werken. Positieve stilte is een gave die de mens krijgt, al kan men zich er wel ontvankelijk voor maken.

Om de werking van de stilte aan den lijve te ondervinden, hebben alle studenten gedurende een halfuur een stiltemeditatie gedaan. Hoewel een halfuur kort is, heeft het toch een beeld gegeven van hoe het in zijn werk gaat en men zichzelf kan tegenkomen. De avond gaf daardoor een goede startpositie om deze meditatietechniek verder te ontwikkelen.”

Als ik deze twee teksten terugzie, beide genoteerd door een van de studenten, en ik nog eens nadenk over wat ik als spirituaal zoal heb mogen en willen betekenen, dan denk ik dat de hoofdaccenten wel aangegeven zijn. Deze accenten en de persoonlijk begeleide geestelijke oefeningen van Sint-Ignatius van Loyola waren voor mij de kernpunten van het geestelijke leven in het convict.

Aandacht, respect, verhalen

Ik wil er nog drie elementen aan toevoegen. Ik vond aandacht heel belangrijk, ik hield van een warme en respectvolle manier van omgaan met ieder en ik vond het heerlijk om over zaken te praten die niet zo direct in Nederland of het bisdom plaatsvonden.

Met aandacht bedoel ik aandacht voor de relatie met God, aandacht voor de relatie met anderen, aandacht voor je eigen persoonlijk leven. In een van zijn vele boeken zegt de vorige aartsbisschop van Milaan, kardinaal Carlo Martini, dat het natuurlijk prachtig is om vele dikke boeken over spiritualiteit te schrijven en dat er alle mogelijke trainingen zijn. Maar, zegt hij, de kern van dat alles is gewoon terug te brengen tot het woord aandacht. Ga aandachtig met God om, aandachtig met elkaar, aandachtig met jezelf. Is het niet prachtig als je met zo’n woord dagelijks als priester en pastoor, als pastoraal assistent of assistente voor het naar bed gaan of op een andere gunstige tijd je dag of week kunt doorlopen? Waar mocht ik aandachtig zijn in de afgelopen periode? En wat kan dat een reden tot vreugde en dankbaarheid zijn! Dankbaarheid met name ook tot God, die mij helpt om spiritueel in het leven te staan.

Een warme en respectvolle manier van omgaan met elkaar was een ander element dat ik graag benadrukte. Meestal begint een diepere relatie met wie dan ook – ook met God en met Jezus – met respect en eerbied. Daardoor ervaar je een afstand. Je gaat de ander en de Ander als heel anders ervaren en eerbiedig worden. Het boeiende is nu dat als je de afstand werkelijk respectvol doorzet, het respect zo diep kan worden dat een soort ontroering zich van je meester kan maken. Die ervaring wordt wat de relatie tot God betreft in de Schrift weergegeven in bijvoorbeeld hoofdstuk 6 van Jesaja, waar de profeet zijn roepingsvisioen beschrijft. Wat betreft de relatie tot andere mensen vind je die ervaring onder meer in het boek Ester terug, met name waar koningin Ester de koning ontmoet (in hoofdstuk 5 van de volledige uitgave van dat boek). De koningin is zo vol vrees en eerbied voor de koning dat ze praktisch flauwvalt, en dan zien we de koning geheel ontroerd raken. Een machtige tekst, die een model kan zijn voor ons in een diepe relatie tot anderen.

Veel vertellen over van alles en nog wat dat niet in de directe leefwereld van de studenten en het bisdom gebeurde, deed het altijd goed: verhalen uit andere landen, andere culturen met andere gebruiken, parochies in een ander bisdom. Ik geloof dat ik heel veel over Indonesië, België, Frankrijk, Duitsland, Engeland, Rome en de rest van Europa heb verteld. Dat werd kennelijk gewaardeerd. “Je hoorde eens wat van een andere wereld dan het bisdom.”

Een geschenk

Ik heb mijn opdracht aan het convict altijd als heel aangenaam ervaren. Spirituaal zijn op het Ariënskonvikt was een geschenk. Dat geschenk werd gemaakt door de studenten, hun wijze van reageren en meedenken. In het bijzonder ook door de vlotte en goede samenwerking met prachtige collega’s en heerlijke medewerksters. Dat geschenk kreeg vorm door de hele opzet van de verschillende huizen, de steun van het bisdom, de belangstelling van de kardinaal, van de bisschoppen en de vicaris. Dat geschenk groeide door de goede stafvergaderingen. Dat geschenk was heerlijk door alle gezellige dingen die werden gedaan, door de prachtige reizen en reisjes, het delen ook van droeve en zware momenten, in het bijzonder door de steeds feestelijk gevierde eucharistie. Dat geschenk liet ik met enige moeite los. Maar de overtuiging dat de eucharistie me wel met dat convict zou verbonden laten blijven heeft het uiteindelijk toch niet zo moeilijk gemaakt om het los te laten. Tijden veranderen en nieuwe zendingen stonden me te wachten. Daarop mogen ingaan en daarmee verdergaan is goed, en dat is ook een geschenk. Overigens geldt dat natuurlijk niet alleen voor mij, maar ook voor het convict, zijn staf en studenten, zijn bisschoppen en vicarissen.

Print Friendly, PDF & Email